| Wetgeving |
|
In de Wet bodembescherming zijn de regels vastgelegd rondom de aanpak en voorkoming van bodemverontreiniging in Nederland. Op basis van de Wet bodembescherming zijn 42 provincies en steden aangewezen als ‘bevoegd gezag’. Dat wil zeggen dat zij naleving van de wet kunnen controleren en dat zij bevoegd zijn om hier besluiten (beschikkingen) over te nemen. Een beschikking komt altijd ter inzage te liggen om zo belangen van het publiek en betrokkenen de waarborgen. De beschikkingen die het bevoegd afgeeft zijn belangrijk. Er worden aantekeningen van gemaakt in het Kadaster zodat vastgelegd is dat een locatie verontreinigd is – of is geweest. Hiermee wordt bereikt dat iedereen kan weten hoe het gesteld is met de bodem van een perceel en of er gebruiksbeperkingen zijn. Daarnaast zijn er andere verordeningen en regels waaraan voldaan moet worden bij bodemonderzoek en –sanering. Deze zijn er voor om te zorgen dat bodemsanering zo veel mogelijk op dezelfde wijze wordt uitgevoerd en misbruik voorkomen wordt. Er zijn bijvoorbeeld protocollen voor het uitvoeren van bodemonderzoek en de analyse van stoffen in een laboratorium. Ook zijn er voorschiften om er voor te zorgen dat personeel op het werk en mensen in de omgeving geen risico’s lopen. |
